Warmtepompen hebben iets magisch
Warmtepompen hebben iets magisch. Er wordt een eenheid energie ingebracht en krijgt er drie- tot vijfmaal die energie uit in de vorm van warmte. Dat lijkt te spotten met de hoofdwetten van de thermodynamica.
In werkelijkheid is het minder mysterieus. De energie die we in een warmtepomp stoppen wordt gebruikt om – de naam zegt het eigenlijk al – warmte van buiten naar binnen te pompen.
Die werkwijze zorgt er wel voor dat een warmtepomp in principe de één van de meest efficiënte (= zuinige) verwarmingsbronnen is die we ons kunnen voorstellen. Voor wie energiezuinig wil zijn is een installatie met een warmtepomp een uitstekende keuze.
Maar de haalbare winst wordt alleen binnengehaald als de hele installatie, warmtebron, warmtepomp en warmteafgiftesysteem samen met het gebouw integraal is ontworpen en afgestemd. Gelukkig is dat nu een stuk gemakkelijker dan een paar jaar geleden. De warmtepomp komt optimaal tot zijn recht met een warmteafgiftesysteem dat veel gelijkmatiger temperaturen kent dan bij conventionele systemen doorgaans het geval is. Hierbij denken we met name aan een Lage Temperatuur Verwarming (LTV).
Wie vreest dat dit inhoudt dat een "enge" nieuwe techniek met veel risico onze gebouwen binnendringt beseft niet dat in elke woning al minstens één warmtepomp aanwezig is die jarenlang betrouwbaar zijn werk doet. Die warmtepomp noemen we doorgaans "koelkast".
Er is dus geen enkele reden om bang te zijn voor warmtepompen, we kennen ze al lang, zonder het te beseffen! Nu alleen nog gaan gebruiken voor ruimteverwarming.
Voor een overzicht van toestellen met een Warmtepompkeur kijkt u bij de Keurmerkwijzer.